CONCERTO FOR TAPDANCER AND ORCHESTRA DE COMPONIST Het Concerto for Tapdancer and Orchestra werd in 1952 geschreven door de Amerikaanse componist Morton Gould, en was het eerste stuk geschreven voor tapdanser en (klein) symphonie orkest. Zijn idee was om de tapdanser echt als muzikant te benaderen. Een standpunt dat tot uiting komt in de opmerking vooraan de partituur dat de danser een zo klein mogelijk vloertje moet gebruiken. HET CONCERTO De tapdanser is de solist in het stuk, en tevens het enige percussie in het orkest. Dat nodigt uit tot veel klank variatie, van lichte triangelige tikjes tot pauken-zware bas dreunen. Het concerto vraagt ook een creatieve input van de tapdanser. De ritmes zijn vaak precies omschreven, maar de tapdanser moet deze vertalen naar tap passen. Ik zoek daarbij naar die compbinaties die de ritmes zeggingskracht geven en lekker laten lopen. Dit kan je doen door frasering, klankkleur en accenten. MIJN EERSTE KEER Ik heb het concerto voor het eerst gespeeld met het symphonie orkest van Milaan, het Orchestre Symphonica di Giuseppe Verdi. Ik vond het verschrikkelijk spannend, het was eigenlijk toen het grootste concert dat ik tot dan toe gedaan had. DE VOLGENDE KEER Het concerto is dit jaar onderdeel van het Nieuwjaarsconcert van het Limburgs Symphonie Orkest, weer o.l.v. Jan Stulen, in een programma met Amerikaanse stukken, o.a. gezongen door Roberta Alexander.
|
|---|